Specialisten in vervoer

disclaimer

 

Actueel: Geen actuele zaken

 

Nederlandse Opslagvoorwaarden

 

 

  gedeponeerd door de FENEX,

  Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek,

  ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam

  op 15 november 1995

 

 

 ALGEMENE BEPALINGEN  

 

 

 Artikel 1

 

  Toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden            

 

1.1  Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle rechtsverhoudingen tussen

opslagbedrijven en hun opdrachtgevers ook na de beëindiging van de

overeenkomst, voor zover het betreft de bepalingen vermeld in hoofdstuk I dezer

voorwaarden en op de rechtsverhouding tussen opslagbedrijven en houders van

opslagbewijzen, voor zover het betreft de bepalingen, vermeld in hoofdstuk II dezer

voorwaarden, indien in het opslagbewijs is vermeld, dat deze voorwaarden -

aangeduid met de naam "Nederlandse Opslagvoorwaarden" - van toepassing zijn.

 

1.2  Op de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opslagbedrijven zijn

uitdrukkelijk niet van toepassing eventuele algemene voorwaarden waarnaar door de

opdrachtgevers op enigerlei wijze mocht worden verwezen of die door deze van

toepassing mochten worden verklaard.

 

1.3  De opdrachtgever, resp. de houder van het opslagbewijs kan zich niet beroepen op

reglementen of bepalingen voorzover die met deze voorwaarden in strijd zijn.

 

1.4  Ten aanzien van de handelingen en werkzaamheden, zoals die van expediteurs,

cargadoors, stuwadoors, vervoerders, assurantiebemiddelaars, controlebedrijven

enz. die door het opslagbedrijf worden verricht, zullen mede van toepassing zijn de

in de betrokken bedrijfstak gebruikelijke voorwaarden, onderscheidenlijk de

voorwaarden waarvan de toepasselijkheid is bedongen.

 

 

 Artikel 2

 

 Definities  

 

In deze voorwaarden wordt bedoeld met:

 

opslagbedrijf :       degene, die - daargelaten de mogelijkheid van ruimere taakstelling -

opdrachten aanvaardt tot opslag, bewaring of aflevering van zaken (hoofdstuk I) resp.

degene, die zaken in bewaring heeft tegenover welke een door hem afgegeven

opslagbewijs in omloop is (hoofdstuk II);

opdrachtgever :    degene, die aan het opslagbedrijf een opdracht verstrekt tot opslag

of uitlevering van zaken, resp. degene voor wie zaken door het opslagbedrijf worden

bewaard waarvoor geen opslagbewijs in omloop is;

opslagbewijs :       een van het opschrift "opslagbewijs" of synoniem voorzien,

genummerd en rechtsgeldig getekend of gewaarmerkt bewijsstuk, waarin wordt verklaard

dat de houder gerechtigd is de daarin genoemde zaken te ontvangen;

houder van het opslagbewijs:     degene die zich als houder van het opslagbewijs

aan het opslagbedrijf kenbaar maakt door vertoning van het opslagbewijs of op een

andere voor het opslagbedrijf aanvaardbare wijze; laatste aan het degene,  aan  wie   

het opslagbewijs is  afgegeven  en vervolgens de opslagbewijs houder van het

opslagbewijs wiens schriftelijk verzoek aan het bekende opslagbedrijf om als zodanig

te worden behandeld de jongste houder van het datum draagt, echter met dien

verstande, dat het opslagbedrijf opslagbewijs:gerechtigd is, doch niet verplicht om een

ander als zodanig te beschouwen indien het reden heeft om aan te nemen, dat deze de

laatste houder van het opslagbewijs is.

 

 

 Artikel 3

 

 Toepasselijk recht  

 

Alle overeenkomsten tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever worden beheerst door

Nederlands recht en voorzover in deze condities niet anders is bedoeld, zijn de bepalingen

van het burgerlijk recht, betrekking hebbend op bewaargeving, in het algemeen en naar

omstandigheden van toepassing.

 

 

 Artikel 4

 

 Geschillen  

 

4.1  Alle geschillen, welke tussen het opslagbedrijf en zijn opdrachtgever respectievelijk

de houder van het opslagbewijs mochten ontstaan, zullen met uitsluiting van de

gewone rechter in hoogste ressort worden beslist door drie arbiters. Een geschil is

aanwezig wanneer één der partijen verklaart dat dit het geval is. Onverminderd het in

de voorgaande alinea bepaalde staat het het opslagbedrijf vrij vorderingen van

opeisbare geldsommen waarvan de verschuldigdheid niet door de wederpartij binnen

vier weken na factuurdatum schriftelijk is betwist, voor te leggen aan de gewone

rechter.

 

4.2  Eén der arbiters wordt benoemd door de Voorzitter van de FENEX; de tweede wordt

benoemd door de Deken der Orde van Advocaten van het arrondissement

waarbinnen vorenbedoeld opslagbedrijf is gevestigd; de derde wordt benoemd door

beide aldus aangewezen arbiters in onderling overleg.  

 

      De Voorzitter van de FENEX zal slechts tot benoeming van een arbiter overgaan

indien één der bij het geschil betrokken partijen lid is van de FENEX. Indien eerder

genoemde voorzitter geen arbiter benoemt, zal de benoeming van arbiters

plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in lid 6 van dit artikel.

 

4.3  De Voorzitter van de FENEX zal een terzake van opslag deskundig persoon

benoemen; de Deken der Orde van Advocaten zal verzocht worden een jurist te

benoemen; als derde arbiter zal bij voorkeur gekozen moeten worden een persoon,

die deskundig is terzake van de tak van handel of bedrijf, waarin de wederpartij van

het opslagbedrijf werkzaam is.

 4.4  De partij die een beslissing van het geschil verlangt zal hiervan bij aangetekende

brief mededeling doen aan het secretariaat van de FENEX onder korte omschrijving

van het geschil en zijn vordering, alsmede onder gelijktijdige toezending van het door

het bestuur van de FENEX vast te stellen bedrag aan administratiekosten,

verschuldigd als vergoeding voor de administratieve bemoeiingen van de FENEX bij

een arbitrage.

 

4.5  Na ontvangst van bovengenoemde aangetekende brief zal het secretariaat van de

FENEX ten spoedigste een kopie daarvan zenden aan de wederpartij, aan de

Voorzitter van de FENEX, aan de Deken der Orde van Advocaten, wat de beide

laatsten betreft met het verzoek ieder een arbiter te benoemen en het FENEX-

secretariaat naam en woonplaats van de benoemde mede te delen. Na ontvangst

van dit bericht zal het FENEX-secretariaat ten spoedigste de beide aangewezenen

van hun benoeming in kennis stellen onder toezending van een kopie der arbitrage-

aanvrage en een exemplaar van deze algemene voorwaarden, met verzoek de

derde arbiter te benoemen en het FENEX-secretariaat te berichten, wie als zodanig

is benoemd. Na ontvangst hiervan zal het FENEX-secretariaat ten spoedigste de

derde arbiter van zijn benoeming in kennis stellen onder toezending van een kopie

der arbitrage-aanvrage en een exemplaar van deze algemene voorwaarden.

Vervolgens zal het FENEX-secretariaat beide partijen mededelen wie tot arbiters zijn

benoemd.

 

4.6  Mocht binnen 30 dagen na het indienen der arbitrage-aanvrage de benoeming van

alle drie arbiters niet hebben plaatsgehad, dan zullen alle arbiters op bij eenvoudig

rekest te doen verzoek van de meest gerede partij, worden benoemd door de

President van de  Arrondissementsrechtbank binnen wiens ressort het opslagbedrijf

is gevestigd.

 

4.7  Als Voorzitter van arbiters treedt op de door de Deken benoemde. Indien de

benoeming door de President van de Arrondissementsrechtbank plaatsvindt, stellen

arbiters onderling vast, wie hunner als voorzitter zal fungeren. Arbiters zullen

uitspraak doen als goede mannen naar billijkheid onder gehoudenheid de

toepasselijke dwingendrechtelijke bepalingen, waaronder de bepalingen van

internationale vervoersverdragen, in acht te nemen. Zij bepalen op welke wijze de

arbitrage zal worden behandeld, met dien verstande dat partijen in ieder geval in de

gelegenheid zullen worden gesteld hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en

mondeling toe te lichten.

 

4.8  De opdracht aan arbiters duurt voort tot aan de eindbeslissing. Hun vonnis zullen zij

deponeren ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank binnen welk arrondissement

de plaats van de arbitrage is gelegen, terwijl zij daarvan kopie zullen toezenden aan

ieder van de partijen en aan het secretariaat van de FENEX. Arbiters kunnen vooraf

van de eisende partij of van beide partijen een depot voor arbitragekosten verlangen;

tijdens de behandeling kunnen zij aanvulling daarvan eisen. Arbiters zullen in hun

vonnis bepalen wie van de beide partijen of voor welk deel ieder van partijen de

arbitragekosten zal hebben te dragen. Hieronder zijn te begrijpen het honorarium en

de verschotten van arbiters, het bij aanvrage aan de FENEX betaalde bedrag aan

administratiekosten, alsmede de door partijen gemaakte kosten, voorzover arbiters

die redelijkerwijze noodzakelijk achten. Het aan arbiters toekomende wordt, voor

zover mogelijk, op het depot verhaald.

 

Artikel 5

 

 Gedeponeerde voorwaarden  

 

5.1  Deze voorwaarden zijn gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te

Rotterdam. Zij worden op verzoek toegezonden.

 

 

5.2  Bij verschil tussen de Nederlandse en de in de enige andere taal gestelde tekst van

de Nederlandse Opslagvoorwaarden, is de Nederlandse tekst doorslaggevend.

 

 

 

                                   HOOFDSTUK I  

 

       BEPALINGEN BETREFFENDE AANLEVERING, OPSLAG, BEWARING  

   EN UITLEVERING  

 

 

 Artikel 6

 

 Schriftelijke vastlegging  

 

6.1  Alle overeenkomsten, aandieningen, voorschriften betreffende opslag, bewaring,

behandeling en uitlevering van zaken, moeten schriftelijk worden vastgelegd.

 

6.2  Door mondelinge of telefonische mededelingen of afspraken wordt het opslagbedrijf

slechts gebonden indien onmiddellijk schriftelijke bevestiging is gevolgd, tenzij

anders is overeengekomen.

 

 

 Artikel 7

 

  Omschrijving van zaken en verstrekken van inlichtingen                

 

7.1  Aandiening van zaken en voorschriften betreffende opslag, bewaring en behandeling

moeten geschieden, resp. verstrekt worden met vermelding van een juiste en

volledige schriftelijke omschrijving van de zaken, zoals onder andere de waarde, het

aantal colli, het bruto gewicht en voorts alle bijzonderheden welke van dien aard zijn

dat de overeenkomst niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten

indien het opslagbedrijf van de ware stand van zaken had kennis gedragen.

 

7.2  Indien zaken onderworpen zijn aan douane- en accijnsbepalingen of aan

belastingvoorschriften of andere regelgeving van overheidswege, dient de

opdrachtgever tijdig alle inlichtingen en documenten welke in verband hiermede

noodzakelijk zijn te verstrekken teneinde het opslagbedrijf in staat te stellen de

desbetreffende opgave te doen om aan die bepalingen of voorschriften te voldoen.

  

 Artikel 8

 

  Tarieven / vergoedingen / belastingen                          

 

8.1  Gangbare tarieven en vergoedingen voor werkzaamheden en alle mondeling of

schriftelijke overeenkomsten tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever

betreffende de tarieven en vergoedingen voor werkzaamheden zijn gebaseerd op de

ten tijde van het verstrekken van de opdracht, resp. het tot stand komen van de

overeenkomst geldende arbeidskosten. In geval van verhoging der arbeidskosten

worden de gangbare, resp. de overeengekomen tarieven en vergoedingen daaraan

met onmiddellijke inwerkingtreding aangepast. Het opslagbedrijf is ook gerechtigd tot

aanpassing der tarieven in geval van invoering of verhoging door de overheid van de

op de door het opslagbedrijf verleende diensten drukkende lasten.

 

8.2  Gangbare en overeengekomen tarieven voor bewaarloon zijn, tenzij nadrukkelijk

anders is overeengekomen, gebaseerd op de voor de betreffende zaken usantiële

wijze van stapeling. Indien op verlangen van de opdrachtgever of in verband met de

toestand van de zaak van de usantiële wijze van stapeling wordt afgeweken, zal een

tariefsverhoging worden toegepast evenredig met de ten opzichte van normale

stapeling ingenomen meerdere vloeroppervlakte.

 

 

 Artikel 9

 

  Rechten, kosten en belastingen                            

 

9.1  Alle vracht, remboursen, belastingen, rechten, bijdragen, heffingen, boeten en/of

andere lasten of kosten, hoe ook genaamd, terzake van de zaken of daarmede

verband houdende, die bij aankomst of achteraf moeten worden betaald, zullen voor

rekening van de opdrachtgever zijn en moeten door de opdrachtgever op eerste

verzoek van het opslagbedrijf al dan niet bij vooruitbetaling worden voldaan c.q.

vergoed, ongeacht of deze zaken nog niet op het terrein aanwezig zijn dan wel dit

inmiddels hebben verlaten.

 

9.2  Indien het opslagbedrijf het nodig acht om terzake van door de overheid opgelegde

belastingen, rechten, bijdragen, heffingen, boeten en/of andere lasten of kosten, hoe

ook genaamd, procedures te voeren of rechtsmaatregelen te nemen, danwel indien

de opdrachtgever het opslagbedrijf zulke procedures of rechtsmaatregelen verzoekt

te voeren of te nemen en het opslagbedrijf zulk een verzoek inwilligt, zullen de

daaruit voortvloeiende werkzaamheden en kosten met inbegrip van de kosten

terzake van juridische en/of fiscale en/of andere door het opslagbedrijf noodzakelijk

geachte adviezen of bijstand, voor rekening en risico zijn van de opdrachtgever.

Voordat het opslagbedrijf overgaat tot het voeren van procedures of het nemen van

rechtsmaatregelen als in dit artikel bedoeld, zal het opslagbedrijf trachten

hieromtrent overleg te voeren met, dan wel instructies te verkrijgen van de

opdrachtgever of direct belanghebbende.

 

9.3  Indien het opslagbedrijf optreedt of is opgetreden als fiscaal vertegenwoordiger, zijn

alle door het opslagbedrijf verschuldigde belastingen, rechten, bijdragen en andere

heffingen, alsmede boeten, rente, kosten, hoe ook genaamd, of schadevergoedingen

voor rekening van de opdrachtgever, zulks onverminderd het bepaalde in lid 1 van

dit artikel. De opdrachtgever is verplicht om deze bedragen op eerste verzoek van

het opslagbedrijf te voldoen.

  

 Artikel 10

 

 Aansprakelijkheid opdrachtgever  

 

10.1  De opdrachtgever is tegenover het opslagbedrijf en/of derden aansprakelijk voor

schade welke voortvloeit uit onjuiste en/of bedrieglijke en/of onvolledige

omschrijvingen, aanduidingen of mededelingen, alsmede voor schade welke

voortvloeit uit niet te voren medegedeelde gebreken aan de zaken en/of aan de

verpakking, ook indien deze schade zonder zijn schuld is ontstaan. Wordt het

gewicht niet of verkeerd opgegeven dan is de opdrachtgever aansprakelijk voor alle

schade die daaruit voortvloeit.  

 

10.2  De opdrachtgever is aansprakelijk voor alle schade veroorzaakt door het niet/niet

tijdig/niet behoorlijk nakomen van enige hem bij deze voorwaarden, of tussen het

opslagbedrijf en opdrachtgever gesloten afzonderlijke overeenkomst, opgelegde

verplichting, voorzover in deze voorwaarden niet reeds een regeling is opgenomen.

 

10.3  Onverminderd het hiervoor bepaalde, zal de opdrachtgever het opslagbedrijf

vrijwaren tegen aanspraken van derden, dan wel het opslagbedrijf schadeloos

stellen voor schade betaald of verschuldigd door derden of betaald of verschuldigd

aan derden, waaronder begrepen ondergeschikten van zowel het opslagbedrijf als

de opdrachtgever die verband houden met de aard of gesteldheid van de

opgeslagen zaken.

 

 

 Artikel 11

 

  Het weigeren van een opdracht                            

 

Het opslagbedrijf is gerechtigd een opdracht tot opslag en/of bewaring zonder opgave van

redenen te weigeren. Indien het opslagbedrijf de opdracht aanvaard heeft, kan de

overeenkomst slechts met toestemming van beide partijen verbroken worden.

 

 

 Artikel 12

 

  Onderzoek van zaken                                

 

12.1  Zonder opdracht is het opslagbedrijf niet verplicht de zaken, welke worden

opgeslagen, te wegen of te meten.

 

12.2  Het staat het opslagbedrijf vrij ter controle van ontvangen opgaven te wegen en te

meten. Wordt in dat geval door het opslagbedrijf vastgesteld, dat gewicht of maat

afwijken van de opgave, dan zijn de kosten aan het wegen en/of meten verbonden,

voor rekening van de opdrachtgever. Het opslagbedrijf is echter slechts

verantwoordelijk voor de vaststelling van gewichten en/of maten indien de zaken

door het opslagbedrijf in opdracht van de opdrachtgever zijn gewogen en/of gemeten

en onverminderd hetgeen in artikel 19 is bepaald ten aanzien van de

aansprakelijkheid van het opslagbedrijf.

 

12.3  Het openen van colli, teneinde de inhoud te onderzoeken, geschiedt alleen op

verzoek van de opdrachtgever, doch het opslagbedrijf is te allen tijde daartoe

bevoegd, doch niet verplicht, indien het vermoedt, dat de inhoud niet juist is

opgegeven.

  

12.4  Indien bij het onderzoek blijkt, dat de inhoud afwijkt van de opgave, zijn de kosten

van het onderzoek voor rekening van de opdrachtgever. Het opslagbedrijf is echter

nimmer verantwoordelijk voor de omschrijving en/of de aanduiding van in bewaring

genomen zaken.

 

 

 Artikel 13

 

  Aanlevering/ uitlevering en inontvangstneming                     

 

13.1  Aanlevering bij en inontvangstneming door het opslagbedrijf vinden plaats door

afgifte van de zaken door de opdrachtgever en inontvangstneming daarvan door het

opslagbedrijf, ter plaatse van de opslag.

 

13.2  Uitlevering aan en inontvangstneming door de opdrachtgever vinden plaats door

afgifte van de zaken door het opslagbedrijf en inontvangstneming daarvan door de

opdrachtgever, ter plaatse van de opslag.

 

 

 Artikel 14

 

  Toestand van zaken bij aankomst                           

 

14.1  Zaken moeten, tenzij anders is aangegeven, in goede staat en indien verpakt, in

goed verpakte toestand bij het opslagbedrijf aangeleverd worden.

 

14.2  Bevindt zich de zaak, die aan het opslagbedrijf is toegezonden, bij aankomst in een

beschadigde of gebrekkige toestand, die uitwendig zichtbaar is, dan zal het

opslagbedrijf gerechtigd doch niet gehouden zijn voor rekening en risico van de

opdrachtgever diens belangen tegenover de vervoerder of anderen te behartigen en

voor het bewijsmateriaal van de toestand te zorgen, zonder dat nochtans aan de

wijze, waarop het opslagbedrijf zich van deze taak heeft gekweten, de opdrachtgever

enig recht jegens het opslagbedrijf kan ontlenen. Het opslagbedrijf zal de

opdrachtgever onverwijld bericht zenden zonder dat deze op grond van het

achterwege blijven van het bericht enige aanspraak tegenover het opslagbedrijf kan

doen gelden.

 

14.3  Tot opslag ontvangen zaken die een zorgvuldig opslagbedrijf indien het geweten zou

hebben dat ze na inontvangstneming gevaar zouden kunnen opleveren, met het oog

daarop niet voor opslag zou hebben willen ontvangen, mogen door hem op ieder

ogenblik worden verwijderd, vernietigd dan wel op andere wijze onschadelijk

gemaakt.

 

14.4  Ten aanzien van voor opslag ontvangen zaken waarvan het opslagbedrijf de

gevaarlijkheid heeft gekend, geldt hetzelfde, doch slechts dan wanneer die zaken

onmiddellijk dreigend gevaar opleveren.

 

14.5  Het opslagbedrijf is terzake geen enkele schadevergoeding verschuldigd en de

opdrachtgever is aansprakelijk voor alle kosten en schaden voor het opslagbedrijf,

voortvloeiende uit de aanlevering voor opslag, uit de opslag zelve of uit de

maatregelen, tenzij die kosten en schaden dan wel de noodzaak tot het treffen van

zodanige maatregelen het uitsluitende gevolg zijn van schuld aan de zijde van het

opslagbedrijf.

  

14.6  Door het treffen van maatregelen eindigt de overeenkomst met betrekking tot de

daar genoemde zaken, doch indien deze alsnog worden uitgeleverd, eerst na

uitlevering.  

 

 Artikel 15

 

  Aanvang van de uitvoering van de opdracht tot opslag                  

 

Met de uitvoering van aanvaarde opdrachten tot opslag of uitlevering van zaken wordt door

het opslagbedrijf, tenzij anders is overeengekomen of bijzondere omstandigheden het

verhinderen, zo snel als mogelijk na aanvaarding van de opdracht en na ontvangst van de

benodigde bescheiden, gegevens en behandelingsinstructies aangevangen.

 

 Artikel 16

 

  Niet tijdige, onregelmatige aanlevering of afhaling                   

 

Indien door de opdrachtgever aan het opslagbedrijf is medegedeeld dat zaken voor opslag in

bepaalde hoeveelheid en/of op bepaalde tijd bij het opslagbedrijf zullen worden aangeleverd

of, dat uit te leveren zaken in bepaalde hoeveelheid en/of op bepaalde tijd zullen worden

afgehaald en indien in zodanig geval de opdrachtgever de zaken niet tijdig en regelmatig

aanlevert resp. in ontvangst neemt is de opdrachtgever verplicht de kosten te vergoeden

welke tengevolge daarvan voor het opslagbedrijf ontstaan doordat werklieden en werktuigen

welke voor uitvoering van de betreffende opdracht door het opslagbedrijf waren besteld en/of

ingedeeld niet of onvolledig benut worden.

 

 Artikel 17

 

 Werktijden  

 

Aanleveren van zaken aan en afhalen van zaken van de bewaarplaats moet geschieden

tijdens de, voor het personeel van het opslagbedrijf geldende werkuren. Indien door de

opdrachtgever wordt verlangd, dat werkzaamheden worden verricht buiten de normale

werktijd is het opslagbedrijf vrij daaraan wel of niet te voldoen. Extra kosten welke ontstaan

door werken buiten de normale arbeidstijd zijn voor rekening van de opdrachtgever.

 

 Artikel 18

 

  Plaats van de opslag, verplaatsing van zaken                     

 

18.1  Het opslagbedrijf is, tenzij anders is overeengekomen, vrij in de keuze van de plaats

van opslag.

 

18.2  Het opslagbedrijf is te allen tijde bevoegd de zaken naar een andere bewaarplaats te

verplaatsen.

 

18.3  De verplaatsing geschiedt voor rekening van het opslagbedrijf, tenzij de verplaatsing

moet geschieden:

-  in het belang van de opdrachtgever, dan wel de opdracht, of

-  ten gevolge van omstandigheden waarvoor het opslagbedrijf niet aansprakelijk

is, of

-  ten gevolge van omstandigheden die in redelijkheid niet voor rekening en risico

van het opslagbedrijf komen, of

-  ten gevolge van regelgeving van overheidswege.

  

 

Het vervoer in verband met de verplaatsing welke voor rekening van het

opslagbedrijf komt, vindt plaats onder de gebruikelijke vervoersvoorwaarden.

Het vervoer in verband met de verplaatsing welke voor rekening van de

opdrachtgever komt, wordt door het opslagbedrijf verzorgd als expediteur en vindt

plaats voor risico van de opdrachtgever.

 

18.4   Worden de zaken verplaatst naar een andere bewaarplaats, dan geeft het

opslagbedrijf hiervan kennis aan de opdrachtgever, zonder dat deze op grond van

het achterwege blijven van de kennisgeving enige aanspraak tegenover het

opslagbedrijf kan doen gelden.

 

 

 Artikel 19

 

  Beschadiging / verlies van zaken                           

 

19.1  De opdrachtgever doet door deze opslagvoorwaarden voor het geval van

beschadiging en/of vermissing afstand van verhaal op derden; hij zal uitsluitend het

opslagbedrijf aansprakelijk kunnen stellen, ook indien het opslagbedrijf in de

uitoefening van zijn bedrijf gebruik heeft gemaakt van de diensten van derden, een

en ander onder de volgende beperking.

 

19.2  Alle handelingen en werkzaamheden geschieden voor rekening en risico van de

opdrachtgever, tenzij in deze voorwaarden anders wordt bepaald.

 

19.3  Het opslagbedrijf is niet aansprakelijk voor enige schade, tenzij de opdrachtgever

bewijst dat de schade is ontstaan door schuld of nalatigheid van het opslagbedrijf of

diens ondergeschikten.

 

19.4  Het opslagbedrijf wordt in geval van beschadiging en/of verlies door diefstal met

braak geacht voldoende zorg te hebben aangewend als het voor een behoorlijke

afsluiting van de bewaarplaats heeft zorggedragen.  

 

19.5  Bij zaken die op open terrein zijn opgeslagen of die alleen op open terrein

opgeslagen kunnen worden of waarvoor het bij het opslagbedrijf gebruikelijk is deze

op open terrein op te slaan, is iedere aansprakelijkheid van het opslagbedrijf voor

schaden, mogelijkerwijs verband houdende met zodanige opslag, uitgesloten.

 

19.6  De aansprakelijkheid van het opslagbedrijf is in alle gevallen beperkt tot 2 SDR per

kilogram beschadigd of verloren gegaan brutogewicht met een maximum van

100.000 SDR per gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen met één en dezelfde

schade-oorzaak.

 

19.7  De door het opslagbedrijf te vergoeden schade zal nimmer meer bedragen dan de

door de opdrachtgever te bewijzen factuurwaarde van de zaken, bij ontbreken

waarvan de door de opdrachtgever te bewijzen marktwaarde zal gelden op het

moment dat de schade is ontstaan. Het opslagbedrijf is slechts aansprakelijk voor

schade aan de zaak zelf en voor schade zoals vermeld in artikel 19.9 en is nimmer

aansprakelijk voor gederfde winst, gevolgschade en immateriële schade.

 

19.8  Bij schade aan een zelfstandig onderdeel van de zaak of bij schade aan één of meer

verscheidene bij elkaar behorende zaken blijft de eventuele waardevermindering van

de overige onderdelen of de niet beschadigde zaken buiten beschouwing.

  

19.9  De aansprakelijkheid van het opslagbedrijf voor schade die voortvloeit uit het

vervullen van (douane-)formaliteiten is beperkt tot 7500 SDR per gebeurtenis of

reeks van gebeurtenissen met één en dezelfde schade-oorzaak.

 

 

   Artikel 20

 

  Toegang tot het terrein                                

 

20.1  Het opslagbedrijf is verplicht de opdrachtgever en de door deze aangewezen

personen voor rekening en risico van de opdrachtgever toegang te verlenen tot de

plaats waar diens zaken worden bewaard, zulks met inachtneming van de te

vervullen douane- en andere van overheidswege voorgeschreven formaliteiten.

 

20.2  Voor hen aan wie het opslagbedrijf toegang verleent gelden de volgende

voorwaarden:

 

 a.  alle personen, die de bewaarplaats bezoeken, alsook het personeel van de aan

de bewaarplaats komende vaar- en voertuigen moeten zich houden aan de

voorschriften van het opslagbedrijf;

b.  alleen gedurende de gewone werktijden en onder geleide wordt toegang

verleend;

c.  de aan het bezoek verbonden kosten van begeleiding moeten door de

opdrachtgever aan het opslagbedrijf worden betaald;

d.  de opdrachtgever is aansprakelijk voor alle schade, direct of indirect door de

bezoekende personen veroorzaakt.

 

20.3  De opdrachtgever zal het opslagbedrijf vrijwaren tegen aanspraken van derden,

waaronder begrepen ondergeschikten van zowel het opslagbedrijf als de

opdrachtgever, die verband houden met schade voortvloeiend uit de vorige leden.

 

 

 Artikel 21

 

  Uitvoering van handelingen                              

 

21.1  Door de opdrachtgever gewenste werkzaamheden, zoals bemonstering,

behandeling, verzorging, overpakking, overstapeling, splitsing in partijen, weging,

enz., alsmede uitlevering moeten ter uitvoering tegen de daarvoor geldende

vergoedingen en condities worden opgedragen aan het bewarende opslagbedrijf.

 

21.2  Werkzaamheden welke het opslagbedrijf niet op zich wenst te nemen kunnen na

verkregen toestemming van het opslagbedrijf, door of namens de opdrachtgever

worden uitgevoerd, zulks met inachtneming van door het opslagbedrijf te stellen

voorwaarden, onder toezicht van het opslagbedrijf en tegen betaling van de daaraan

verbonden kosten, echter zonder verantwoordelijkheid van het opslagbedrijf.

 

 

 Artikel 22

 

  Bijzondere wijze van behandeling van zaken                      

 

22.1  Het opslagbedrijf is niet verplicht tot enige maatregel ten aanzien van de in bewaring

ontvangen zaken of de verpakking daarvan dan die welke voor de bewaring van de

betreffende zaken als normaal gelden.

  

22.2  Tot bijzondere maatregelen is het opslagbedrijf slechts verplicht indien deze zijn

overeengekomen.

 

22.3  Het opslagbedrijf is echter gerechtigd een maatregel direct, op kosten en voor risico

van de opdrachtgever te nemen, het opruimen, het verwijderen, het vernietigen of

het op andere wijze onschadelijk maken daaronder begrepen, wanneer door het

nalaten daarvan verlies en/of schade aan de zaken zelf of aan andere zaken, of aan

de bewaarplaats of aan werktuigen, dan wel nadeel voor personen te vrezen is of

wanneer het nemen van maatregelen uit andere hoofde vereist, dan wel geïndiceerd

is, zulks ter beoordeling van het opslagbedrijf. Het opslagbedrijf stelt de

opdrachtgever van de genomen maatregelen terstond in kennis, zonder dat deze op

grond van het niet voldoen aan deze verplichting enige aanspraak tegenover het

opslagbedrijf kan doen gelden.

 

22.4  Onverminderd het in het vorige lid bepaalde is de opdrachtgever gehouden het

opslagbedrijf te vrijwaren tegen aanspraken van derden uit hoofde van schade door

opdrachtgever's zaken veroorzaakt aan zaken van derden.

 

 

 Artikel 23

 

  Verzekering van zaken                               

 

23.1  Tenzij zulks uitdrukkelijk schriftelijk met de opdrachtgever is overeengekomen is het

opslagbedrijf niet verplicht zorg te dragen voor enige verzekering van de zaken.

 

 Indien tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever is overeengekomen dat het

opslagbedrijf voor rekening van de opdrachtgever voor de verzekering van de zaken

zal zorgdragen, dan heeft het opslagbedrijf het recht om naar eigen keuze de

overeengekomen verzekering op naam van de opdrachtgever te sluiten, of om deze

onder een polis van het opslagbedrijf onder te brengen.

 

 Als te verzekeren waarde zal worden aangehouden het bedrag dat door de

opdrachtgever is opgegeven. Het opslagbedrijf zal ten aanzien van de verzekeringen

in alle gevallen uitsluitend worden beschouwd als tussenpersoon, zonder enige

aansprakelijkheid, ook niet voor met de verzekeraar(s) bedongen voorwaarden of

voor de soliditeit dan wel de solvabiliteit van de verzekeraar(s).

 

23.2  In alle gevallen waarin de zaken door tussenkomst van het opslagbedrijf verzekerd

zijn, heeft het opslagbedrijf het recht om voor en namens de belanghebbenden bij de

zaken de schadepenningen te incasseren en daarop al zijn vorderingen, uit welke

hoofde dan ook, op de opdrachtgever te verhalen. Het overblijvende bedrag wordt

aan de opdrachtgever uitgekeerd.

 

23.3  Indien in geval van schade aan of verlies van zaken door brand of door enige andere

oorzaak de medewerking van het opslagbedrijf voor de vaststelling van de schade of

het verlies gewenst of noodzakelijk is , dan wordt deze door het opslagbedrijf

verleend tegen betaling van de daaraan verbonden kosten en van een vergoeding

voor zijn bemoeiingen. Het opslagbedrijf kan het verlenen van medewerking

afhankelijk stellen van de contante betaling van, of het stellen van zekerheid voor, al

hetgeen het opslagbedrijf van de opdrachtgever uit welke hoofde dan ook te

vorderen heeft en de in dit lid bedoelde kosten en vergoeding.

 

23.4  De opdrachtgever is verplicht om bij uitlevering van een deel van de zaken door het

opslagbedrijf op te geven voor welk bedrag hij de overblijvende zaken wenst te doen

verzekeren.

 

 Bij gebreke van zulke opgave is het opslagbedrijf gerechtigd om het verzekerde

bedrag naar eigen inzicht te verminderen in dezelfde verhouding als waarin de zaken

in aantal, gewicht, maat of inhoud verminderd zijn.

 

 

 Artikel 24

 

  Berekening bewaarloon bij vernietiging van de zaken                  

 

In geval van vernietiging der bij het opslagbedrijf in bewaring liggende zaken door brand of

anderszins, geldt de dag van vernietiging als de dag van uitlevering en is het bewaarloon, en

indien de zaken door bemiddeling van het opslagbedrijf zijn verzekerd de

verzekeringspremie en -kosten in volle maanden berekend, verschuldigd tot en met die dag.

 

 

 Artikel 25

 

  Terugneming van zaken                               

 

25.1  De opdrachtgever kan tegen betaling van hetgeen het opslagbedrijf van hem te

vorderen heeft (in de ruimste zin) en met inachtneming van de bepalingen dezer

condities de in bewaring gegeven zaken te allen tijde terugnemen.

 

25.2  Het bewaarloon - en indien de zaken door bemiddeling van het opslagbedrijf zijn

verzekerd de verzekeringspremie en -kosten - wordt altijd berekend in volle

maanden, een gedeelte van een maand tellende voor een volle maand.

 

25.3  Indien een vaste termijn van bewaring overeengekomen is kan het opslagbedrijf niet

vorderen, dat de opdrachtgever de zaak vóór afloop van de overeengekomen tijd

terugneemt.

 

25.4  Indien geen termijn van bewaring is overeengekomen of indien de overeengekomen

termijn van bewaring is verstreken kan het opslagbedrijf de terugneming met een

opzeggingstermijn van één maand verlangen, doch niet binnen drie maanden na de

aanvang van de bewaring.

 

25.5  In geval van overmacht blijft de overeenkomst van kracht, de verplichtingen van het

opslagbedrijf worden echter voor de duur van de overmacht opgeschort. Alle extra

kosten veroorzaakt door overmacht komen ten laste van de opdrachtgever. Als

overmacht gelden alle omstandigheden die het opslagbedrijf redelijkerwijze niet heeft

kunnen vermijden en waarvan het opslagbedrijf de gevolgen redelijkerwijze niet heeft

kunnen verhinderen.

 

 Artikel 26

 

  Tussentijdse terugneming van zaken wegens dringende reden              

 

26.1  Het opslagbedrijf is echter te allen tijde gerechtigd de terugneming van de in

bewaring ontvangen zaken vóór afloop van de termijn van bewaring en zonder zich

te houden aan enige opzeggingstermijn, te vorderen, indien daartoe een dringende

reden bestaat.

  

26.2  Onder dringende reden wordt verstaan een omstandigheid, die van dien aard is dat

de opdrachtgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid instandhouding van

de opslag niet mag verwachten.

 

26.3  Een dergelijke reden wordt onder meer geacht aanwezig te zijn, indien de

opdrachtgever één of meer andere bepalingen dezer condities niet nakomt, indien

blijkt, dat voor de aanwezigheid van de zaken gevaar voor verlies en/of schade aan

andere zaken, aan de bewaarplaats of aan werktuigen, dan wel nadeel voor

personen te vrezen is, en voorts indien de zaken aan bederf onderhevig zijn, of

daarin veranderingen ontstaan die naar het oordeel van het opslagbedrijf het

vermoeden van waardevermindering wettigen en de opdrachtgever nalatig is in het

geven van instructies ter voorkoming en bestrijding daarvan.

 

26.4  De opdrachtgever blijft gehouden het bewaarloon tot op de dag van terugneming van

de zaak aan het opslagbedrijf te vergoeden.

 

 

 Artikel 27

 

 Betaling  

 

27.1  Alle bedragen welke het opslagbedrijf van de opdrachtgever te vorderen heeft, uit

welke hoofde dan ook, zoals: bewaarloon, verzekeringspremie en -kosten, huur,

verschot, vergoedingen voor opslag en uitlevering, gedane uitgaven en kosten voor

verrichte of te verrichten werkzaamheden, kosten van opruiming e.d. bij of na brand

of anderszins, buitengewone onkosten, extra arbeidsloon, belastingen, rechten,

heffingen, boeten, rente enzovoorts, zijn terstond opeisbaar.

 

 Indien het opslagbedrijf een betalingstermijn hanteert, dan zijn voornoemde

bedragen terstond opeisbaar zodra de betalingstermijn is verstreken.  

 

 

27.2  Onverminderd het bepaalde in het vorige lid is de opdrachtgever gehouden het

verschuldigde bewaarloon steeds prompt te voldoen binnen de tussen partijen

geldende termijn, doch ten minste éénmaal per 12 maanden.

 

27.3  Wanneer de opdrachtgever niet dadelijk de bedragen, welke het opslagbedrijf van de

opdrachtgever te vorderen heeft, betaalt, is het opslagbedrijf gerechtigd de wettelijke

rente in rekening te brengen.

 

27.4  Betalingen à conto worden geacht in de eerste plaats in mindering op concurrente

vorderingen te zijn geschied, ongeacht of bij de betalingen andere aanwijzigingen

zijn gegeven.

 

27.5  Indien bij niet-tijdige betaling langs gerechtelijke of andere weg tot incasso wordt

overgegaan, wordt het bedrag der vordering verhoogd met 10% administratiekosten,

terwijl de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten ten laste van de opdrachtgever

komen, tot het door het opslagbedrijf betaalde of verschuldigde bedrag.

  

  Artikel 28

 

  Retentierecht en pandrecht                              

 

28.1  Het opslagbedrijf heeft jegens een ieder, die daarvan afgifte verlangt een pandrecht

en een retentierecht op alle zaken, documenten en gelden die het opslagbedrijf uit

welke hoofde en met welke bestemming ook onder zich heeft of zal krijgen, voor alle

vorderingen die hij ten laste van de opdrachtgever en/of eigenaar heeft of mocht

krijgen.

 

28.2  Het opslagbedrijf kan de hem in lid 1 toegekende rechten eveneens uitoefenen voor

hetgeen hem door de opdrachtgever nog verschuldigd is in verband met voorgaande

opdrachten.

 

28.3  Het opslagbedrijf zal een ieder die ten behoeve van de opdrachtgever zaken aan het

opslagbedrijf toevertrouwt voor het verrichten van werkzaamheden beschouwen als

door de opdrachtgever gevolmachtigd tot het vestigen van een retentie- en

pandrecht op deze zaken.  

 

28.4  Bij niet voldoening van de vordering geschiedt de verkoop van het onderpand op de

bij de wet bepaalde wijze of -indien daaromtrent overeenstemming bestaat-

onderhands.

 

 

 Artikel 29

 

 Openbare verkoop  

 

29.1  Onverminderd het bepaalde in artikel 28 van deze condities is het opslagbedrijf

gerechtigd hem toevertrouwde zaken zonder inachtneming van enige formaliteit op

de plaats, op de wijze en tegen de voorwaarden die het opslagbedrijf goeddunken in

het openbaar dan wel  op een andere wijze indien de wet dit toelaat, op kosten van

de opdrachtgever te (doen) verkopen en om zichzelf uit de opbrengst daarvan alle

bedragen die door de opdrachtgever aan het opslagbedrijf verschuldigd zijn, te

voldoen, indien de opdrachtgever in gebreke is om de door hem aan het

opslagbedrijf toevertrouwde zaken na beëindiging van de overeenkomst of op de

overeengekomen dan wel aan het opslagbedrijf meegedeelde tijd of op een ander

tijdstip in geval van een van de dringende redenen genoemd in artikel 26 van de

condities, terug te nemen;

 

29.2  Indien aannemelijk is dat bij verkoop de kosten hoger zullen zijn dan de baten of

indien geen koper gevonden wordt ondanks een redelijke poging daartoe dan is het

opslagbedrijf gerechtigd om de zaken te verwijderen, te doen verwijderen of te

vernietigen. De opdrachtgever blijft dan aansprakelijk voor hetgeen verschuldigd is,

vermeerderd met de kosten van verwijdering of vernietiging.

 

29.3  In geval van verkoop zal het opslagbedrijf hetgeen van de opbrengst na aftrek van

alle kosten en alle vorderingen op de opdrachtgever resteert, gedurende vijf jaar ter

beschikking van de opdrachtgever houden, na welke termijn het restant indien dit

niet is opgeëist, aan het opslagbedrijf vervalt.

  

 

 Artikel 30

 

  Verjaring en verval                                 

 

30.1  Elke vordering verjaart door het enkele verloop van 12 maanden.

 

30.2  Alle vorderingen jegens het opslagbedrijf vervallen door het enkele verloop van 2

jaren.

 

30.3  De in de leden 1 en 2 genoemde termijnen vangen in geval van algeheel verlies,

beschadiging of vermindering aan vanaf de eerste van de volgende dagen:

-  de dag waarop de zaken door het opslagbedrijf worden uitgeleverd of hadden

moeten worden uitgeleverd;

-  de dag waarop het opslagbedrijf hiervan aan de opdrachtgever mededeling

heeft gedaan.  

 

30.4  In het geval het opslagbedrijf door derden, waaronder enige overheid, wordt

aangesproken, vangt de in lid 1 genoemde termijn aan vanaf de eerste van de

volgende dagen:  

-  de dag waarop het opslagbedrijf door de derde is aangesproken of;

-  de dag waarop het opslagbedrijf de tot hem gerichte vordering heeft voldaan.  

 

30.5  Onverminderd het bepaalde in de leden 3 en 4, vangen de in de leden 1 en 2

genoemde termijnen voor alle andere vorderingen aan vanaf het moment dat deze

opeisbaar zijn geworden.  

 

 

 Artikel 31

 

 Reclames  

 

31.1  Indien de zaken ter beschikking worden gesteld door het opslagbedrijf zonder dat de

opdrachtgever of een ander namens deze ten overstaan van het opslagbedrijf de

staat daarvan heeft vastgesteld of zonder dat hij, indien het zichtbare verliezen of

beschadigingen betreft, uiterlijk op het ogenblik van de ter beschikking stelling, of,

indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, binnen vijf werkdagen na

de ter beschikking stelling, voorbehouden ter kennis van het opslagbedrijf heeft

gebracht, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging is

aangegeven, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht de zaken in goede staat te

hebben ontvangen. De bovenbedoelde voorbehouden moeten, indien het

onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, schriftelijk worden gemaakt.  

 

31.2  De dag van de ter beschikkingstelling wordt bij het bepalen van voornoemde

termijnen niet meegerekend.

 

 Artikel 32

 

  Overdracht respectievelijk overgang van zaken                    

 

32.1  Overdracht of overgang van eigendom van bij het opslagbedrijf aanwezige zaken

resp. de overdracht of overgang van het recht op uitlevering daarvan door een

opdrachtgever aan een derde, is tegenover het opslagbedrijf ongeldig en heeft

tegenover het opslagbedrijf geen rechtsgevolgen, noch wordt deze door het

opslagbedrijf erkend, tenzij alle vorderingen die het opslagbedrijf uit welke hoofde

ook op de oorspronkelijke en/of overdragende opdrachtgever heeft, zijn voldaan.

  

32.2  Op de opdrachtgever rust de plicht om het opslagbedrijf van een

eigendomsoverdracht of -overgang van zaken, resp. overdracht of overgang van het

recht op uitlevering van zaken terstond schriftelijk op de hoogte te stellen.

 

32.3  Onverminderd het hiervoor bepaalde heeft overdracht of overgang tegenover het

opslagbedrijf geen rechtsgevolgen, noch wordt deze door het opslagbedrijf erkend,

dan nadat de nieuwe rechthebbende(n) alle bepalingen van de overeenkomst tussen

het opslagbedrijf en de oorspronkelijke en/of overdragende opdrachtgever alsmede

de onderhavige voorwaarden schriftelijk heeft aanvaard.

 

32.4  Het opslagbedrijf behoeft overdracht of overgang van eigendom resp. recht op

uitlevering niet te erkennen en is zelfs gerechtigd een gedane erkenning te

herroepen en het opslagbedrijf kan uitlevering van de zaken weigeren, indien naar

het oordeel van het opslagbedrijf gebreken kleven aan de rechtstitel met betrekking

tot enige eigendomsoverdracht of -overgang van de zaken resp. enige overdracht of

overgang van het recht op uitlevering en indien de nieuwe rechthebbende(n) zich

erop beroept (beroepen) de onderhavige voorwaarden niet te hebben aanvaard of

daaraan niet te zijn gebonden.

 

32.5  De oorspronkelijke en/of overdragende opdrachtgever blijft jegens het opslagbedrijf

aansprakelijk voor alle vorderingen van het opslagbedrijf terzake van of in verband

met de opslag en/of met betrekking tot die zaken verrichte werkzaamheden, ook

indien deze zijn verricht na de eigendomsoverdracht of -overgang resp. na de

overdracht of overgang van het recht op uitlevering.

 

 Na overdracht of overgang van de eigendom resp. het recht op uitlevering van de

zaken geldt de nieuwe rechthebbende als de opdrachtgever en is hij naast zijn

rechtsvoorganger hoofdelijk aansprakelijk voor alle bovenbedoelde vorderingen, ook

voorzover deze vóór de overdracht of overgang zijn ontstaan.

 

 

 Artikel 33

 

  Afgifte van opslagbewijzen                              

 

33.1  Het opslagbedrijf kan aan de opdrachtgever op diens verzoek een opslagbewijs

afgeven, vermeldende de door deze aan het opslagbedrijf in bewaring gegeven

zaken.

 

33.2  Het opslagbedrijf is gerechtigd de afgifte van een opslagbewijs te weigeren indien

niet door de opdrachtgever alle vorderingen welke het opslagbedrijf uit welke hoofde

ook op hem heeft zijn voldaan.

 

 Het opslagbedrijf kan voorts de afgifte van een opslagbewijs weigeren indien het

daartoe termen aanwezig acht.

 

33.3  Met de afgifte van een opslagbewijs aan toonder vervallen alle verplichtingen van het

opslagbedrijf jegens de opdrachtgever en komen daarvoor in de plaats de

verplichtingen van het opslagbedrijf jegens de houder van het opslagbewijs, nader

geregeld in hoofdstuk II dezer condities. De opdrachtgever blijft ook na afgifte van

het opslagbewijs tegenover het opslagbedrijf aansprakelijk voor de gevolgen van een

verschil tussen de zaken tegenover welke het opslagbewijs is afgegeven en de

omschrijving daarvan in het opslagbewijs.

  

                                   HOOFDSTUK II  

 

  BEPALINGEN BETREFFENDE HET OPSLAGBEWIJS                   

 

 

 Artikel 34

 

 Toepasselijke bepalingen  

 

Op de rechtsverhoudingen tussen opslagbedrijven en houders van opslagbewijzen zijn de

bepalingen vermeld in hoofdstuk I van overeenkomstige toepassing, tenzij de voorwaarden

in hoofdstuk II meebrengen dat een bepaling in hoofdstuk I geen toepassing mag vinden.

 

 

 Artikel 35

 

  Recht op uitlevering van de zaken                          

 

35.1  Het opslagbewijs geeft recht op uitlevering door het opslagbedrijf van de zaken

welke het opslagbedrijf ter bewaring heeft ontvangen en tegenover welke het

opslagbewijs is afgegeven. Voor een verschil tussen wat in bewaring is genomen en

de omschrijving daarvan in het opslagbewijs is het opslagbedrijf aansprakelijk

tegenover de houder van het opslagbewijs aan wie bij de verkrijging van het

opslagbewijs het bestaan van het verschil onbekend was, tenzij het zaken betreft

van welke de identificatie een bijzondere vakkennis en/of een diepgaand onderzoek

of een analyse vereist.

 

35.2  Indien in het opslagbewijs de clausule:

 

 "inhoud, hoedanigheid, getal, gewicht of maat onbekend"

 

 of een daarmede gelijkstaande clausule is opgenomen, binden de in het

opslagbewijs voorkomende vermeldingen, omtrent de inhoud, de hoedanigheid en

het getal, het gewicht of de maat van de zaken het opslagbedrijf niet.

 

35.3  Het recht op uitlevering bestaat niet zolang het opslagbedrijf enig uit deze

voorwaarden voortvloeiend recht op de zaken kan doen gelden en zolang niet aan

alle voor uitlevering vereiste douane- en andere van overheidswege voorgeschreven

formaliteiten is voldaan.

 

 

 Artikel 36

 

  Vervaldatum van het opslagbewijs                          

 

36.1  Het opslagbewijs heeft een geldigheidsduur van drie jaren, gerekend vanaf de op het

opslagbewijs vermelde datum van afgifte, tenzij in het opslagbewijs een kortere

geldigheidsduur is vermeld.

 

36.2  Tot de vervaldatum kan het opslagbewijs op verzoek van de houder van het

opslagbewijs vervangen worden door een nieuw opslagbewijs tegen vergoeding der

daaraan verbonden kosten. Het opslagbedrijf heeft het recht vervanging van het

opslagbewijs te weigeren en op de vervaldatum terugneming van de zaken te

verlangen.

  

36.3  Indien op de vervaldatum het opslagbewijs niet voor vervanging is aangeboden,

resp. indien na weigering van vervanging van het opslagbewijs de zaken niet op de

vervaldatum van het opslagbedrijf zijn teruggenomen wordt de houder van het

vervallen opslagbewijs geacht in te stemmen met het bewaarloon - en indien de

zaken door bemiddeling van het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie

en -kosten - zoals deze van die datum af door het opslagbedrijf zullen worden

vastgesteld.

 

36.4  Indien op de vervaldatum het opslagbewijs niet voor vervanging is aangeboden,

resp. indien na weigering van vervanging van het opslagbewijs de zaken niet op de

vervaldatum zijn teruggenomen tegen betaling van de bedragen waarop het

opslagbedrijf volgens artikel 36 recht heeft, is het opslagbedrijf gerechtigd de zaken

waarop het vervallen opslagbewijs betrekking heeft te verkopen, met inachtneming

van hetgeen daaromtrent in deze voorwaarden is bepaald.

 

36.5  Het opslagbedrijf is gedurende vijf jaar na de vervaldatum van het opslagbewijs

verplicht om de zaken waarop het vervallen opslagbewijs betrekking heeft - resp. zo

het opslagbedrijf  gebruik heeft gemaakt van zijn recht om de zaken te verkopen de

netto-opbrengst van de zaken, zonder vergoeding van rente - uit te leveren aan de

houder van het vervallen opslagbewijs onder aftrek van alle bedragen welke het

opslagbedrijf te vorderen heeft. Na afloop van deze vijf jaren zullen de rechten van

de houder van het vervallen opslagbewijs ophouden en zal het opslagbedrijf de

zaken niet meer behoeven uit te leveren - resp. de opbrengst niet meer behoeven te

verantwoorden - noch aan de houder van het vervallen opslagbewijs, noch aan

anderen.

 

 

 Artikel 37

 

  Uitlevering van zaken na betaling                           

 

37.1  Het opslagbedrijf is gerechtigd om, alvorens tot gehele of gedeeltelijk uitlevering van

de zaken waarop het opslagbewijs recht geeft over te gaan, betaling te verlangen

van:

 

 a.  zoveel maanden bewaarloon als blijkens het opslagbewijs zijn verstreken en

niet volgens aantekening op het opslagbewijs vóór de uitlevering reeds zijn

afgerekend, zulks tegen het in het opslagbewijs vermelde bewaarloon per

maand, gedeelten van maanden tellende voor volle maanden;

 

 b.  zoveel maanden verzekeringspremie en -kosten als blijkens het opslagbewijs

zijn verstreken en niet volgens aantekening op het opslagbewijs vóór de

uitlevering reeds zijn afgerekend, zulks tegen de in het opslagbewijs vermelde

verzekeringspremie per maand, gedeelten van maanden tellende voor volle

maanden;

c.  de vergoeding voor het uitleveren der zaken volgens het daarvoor geldende

tarief;

 

d.  de voorschotten welke door het opslagbedrijf zijn verricht voor in opdracht van

de uitlevering vragende houder van het opslagbewijs met betrekking tot de in

het opslagbewijs vermelde zaken vervulde douane- en/of andere van

overheidswege voorgeschreven formaliteiten;

e.  alle kosten welke door het opslagbedrijf na de op het opslagbewijs vermelde

datum van afgifte zijn gemaakt:

e.1  ten behoeve van het behoud van de in het opslagbewijs vermelde zaken;

e.2  ter bestrijding van gevaren welke door de in het opslagbewijs vermelde zaken

zijn veroorzaakt voor de bewaarplaats en andere daarin aanwezige zaken;

e.3  als gevolg van maatregelen welke met betrekking tot de in het opslagbewijs

vermelde zaken moeten worden genomen tengevolge van omstandigheden

welke het opslagbedrijf niet mogen worden aangerekend.

f.  alle overige uit het opslagbewijs blijkende vorderingen van het opslagbedrijf.

 

37.2  Onverminderd het bepaalde in het vorige lid is de houder van het opslagbewijs

gehouden het verschuldigde bewaarloon - en indien de zaken door bemiddeling van

het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie en -kosten - te voldoen

telkens als 12 maanden bewaring zijn verstreken of zoveel eerder als blijkens

vermelding in het opslagbewijs is overeengekomen en de onder d. en e. bedoelde,

door het opslagbedrijf gemaakte kosten zodra deze door het opslagbedrijf aan hem

worden bekend gemaakt.

 

37.3  Indien de houder van het opslagbewijs niet voldoet aan de verplichting om telkens na

12 maanden of zoveel eerder als blijkens vermelding in het opslagbewijs is

overeengekomen het verschuldigde bewaarloon - en indien de zaken door

bemiddeling van het opslagbedrijf zijn verzekerd de verzekeringspremie en -kosten -

te voldoen, wordt met ingang van de dag waarop 12 maanden bewaring zijn

verstreken het bedrag, dat uit hoofde daarvan aan het opslagbedrijf verschuldigd is,

verhoogd met een boete van 1% van het betreffende bedrag voor elke maand

waarmede de termijn van 12 maanden wordt overschreden.

 

 

 Artikel 38

 

 Schadevergoeding  

 

In afwijking van het bepaalde in artikel 19.7 geldt dat de door het opslagbedrijf voor verlies

van de zaak te betalen schadevergoeding, bij het ontbreken van de factuurwaarde van de

zaak, is beperkt tot de door de opdrachtgever te bewijzen marktwaarde van de zaak op de

dag van de afgifte van het opslagbewijs.

 

 Artikel 39

 

  Toegang tot en inlichtingen over zaken                        

 

Toegang tot en inlichtingen over zaken waarvoor opslagbewijzen zijn afgegeven worden

alleen gegeven op vertoon van het betreffende opslagbewijs.

 

 Artikel 40

 

  Werkzaamheden met betrekking tot de zaken                     

 

40.1  Door de houder van het opslagbewijs gewenste werkzaamheden met betrekking tot

de in het opslagbewijs vermelde zaken, zoals bemonstering, behandeling,

verzorging, overpakking, overstapeling, splitsing in partijen, weging, enz., alsmede

uitlevering moeten ter uitvoering tegen de daarvoor geldende vergoedingen en

condities worden opgedragen aan het bewarende opslagbedrijf.

  

40.2  Door de houder van het opslagbewijs verlangde werkzaamheden worden door het

opslagbedrijf slechts uitgevoerd na inlevering van het opslagbewijs.

 

40.3  Werkzaamheden welke het opslagbedrijf niet op zich wenst te nemen kunnen na

verkregen toestemming van het opslagbedrijf en na inlevering van het opslagbewijs,

door of namens de houder van het opslagbewijs worden uitgevoerd, zulks met

inachtneming van door het opslagbedrijf te stellen voorwaarden, onder toezicht van

het opslagbedrijf en tegen betaling van de daaraan verbonden kosten, echter zonder

verantwoordelijkheid van het opslagbedrijf.

 

40.4  Gedeeltelijke uitleveringen, bemonsteringen en behandeling der zaken waardoor een

verandering, vermindering of wijziging van het stukstal ontstaat worden in het

opslagbewijs vermeld op de daarvoor bestemde plaats. Indien op het opslagbewijs

voor verdere vermelding van uitleveringen, veranderingen, verminderingen, enz.

geen plaats meer is wordt het opslagbewijs op kosten van de houder van het

opslagbewijs vervangen.

 

40.5  Vorderingen van het opslagbedrijf uit hoofde van uitgevoerde werkzaamheden met

betrekking tot de in het opslagbewijs vermelde zaken of uit hoofde van toezicht

daarop moeten onmiddellijk worden voldaan. Het opslagbedrijf is gerechtigd

teruggave van het opslagbewijs te weigeren zolang deze vorderingen niet zijn

voldaan.

 

 

 Artikel 41

 

  In kennis stellen van bijzondere wijze van behandeling                 

 

Indien het opslagbedrijf overgaat tot het nemen van een maatregel als bedoeld in artikel 22,

stelt het opslagbedrijf de laatste aan het opslagbedrijf bekende houder van het opslagbewijs

hiervan terstond in kennis, zonder dat de houder van het opslagbewijs van het achterwege

blijven van kennisgeving enige aanspraak tegenover het opslagbedrijf kan doen gelden.

 

 

 Artikel 42

 

  Verplichting opslagbedrijf tot verzekering                       

 

42.1  Indien in het opslagbewijs is vermeld dat de betreffende zaken zijn verzekerd, heeft

door deze vermelding het opslagbedrijf de verplichting op zich genomen ervoor te

zorgen dat de zaken voor rekening van de houder van het opslagbewijs zijn

verzekerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 23.

 

42.2  Als verzekerde waarde geldt de in het opslagbewijs vermelde waarde.

 

42.3  Indien in het opslagbewijs vermeld is, dat tot de waarde van de dag is verzekerd,

behoort het tot de zorg van het opslagbedrijf de zaken voldoende verzekerd te

houden.

 

 

 Artikel 43

 

  Verandering, van kracht zijn en beëindiging van de verzekering             

 

43.1  Verandering van de verzekerde waarde en beëindiging van de verzekering zijn

alleen mogelijk wanneer het opslagbewijs ter aantekening daarvan wordt ingeleverd.

43.2  Van kracht is alleen de verzekering zoals deze in het opslagbewijs is vermeld.

 

43.3  De verzekering eindigt overigens met de uitlevering van de zaak.

 

43.4  Bij aflevering van een gedeelte van de zaak moet de verzekerde waarde van het uit

te leveren goed afzonderlijk worden opgegeven en op het opslagbewijs aangetekend

indien in het opslagbewijs niet de verzekerde waarde per eenheid is vermeld en

bijaldien geen verhoudingsgewijze vermindering uit het opslagbewijs kan blijken.

 

 

 Artikel 44

 

 Schadepenningen  

 

De door het opslagbedrijf geïncasseerde schadepenningen worden door het opslagbedrijf

tegen ontvangst van het opslagbewijs uitgekeerd, onder aftrek van al hetgeen het

opslagbedrijf van de houder van het opslagbewijs te vorderen heeft.

 

 

 Artikel 45

 

  In kennisstelling van vernietiging van de zaken                    

 

In geval van vernietiging van de in het opslagbewijs vermelde zaken door brand of

anderszins, stelt het opslagbedrijf de laatste aan het opslagbedrijf bekende houder van het

opslagbewijs daarvan terstond in kennis, zonder dat de houder van het opslagbewijs op

grond van het achterwege blijven van kennisgeving enige aanspraak tegenover het

opslagbedrijf kan doen gelden.

 

 

 Artikel 46

 

  Beschadiging van het opslagbewijs                          

 

46.1  Raderingen en beschadigingen maken het opslagbewijs waardeloos; doorhalingen

zijn slechts geldig indien door het opslagbedrijf geparafeerd.

 

46.2  De houder van een beschadigd opslagbewijs kan tegen teruggave van het

opslagbewijs de afgifte van een duplicaat-opslagbewijs vorderen tegen vergoeding

der daaraan verbonden kosten. Voor de vaststelling van de aard en hoeveelheid der

in het duplicaat-opslagbewijs te vermelden zaken geldt uitsluitend de desbetreffende

administratie van het opslagbedrijf als maatstaf.

 

 

 Artikel 47

 

  Verlies en tenietgaan van opslagbewijzen                       

 

47.1  Indien een opslagbewijs is verloren of tenietgegaan, kan de rechthebbende aan het

opslagbedrijf een verzoek indienen tot nietigverklaring van dat opslagbewijs en tot

afgifte der zaken of van een duplicaat-opslagbewijs; dit verzoek moet zo mogelijk de

oorzaak van het teloorgaan van het opslagbewijs vermelden en de gronden

inhouden, waarop de verzoeker zijn recht baseert.

  

47.2  Levert het door het opslagbedrijf in te stellen onderzoek geen redenen op om aan de

juistheid van de gronden van het verzoek te twijfelen, dan zal het opslagbedrijf door

twee aankondigingen met tussenruimte van minstens 14 dagen te plaatsen telkens

in ten minste twee door het opslagbedrijf aan te wijzen dagbladen de indiening van

het verzoek bekend maken, met uitnodiging aan hen, die recht menen te hebben op

de in het vermiste opslagbewijs vermelde zaken, om zich bij deurwaardersexploit

tegen afgifte daarvan of van het duplicaat-opslagbewijs te verzetten.

 

47.3  Wanneer binnen 14 dagen na de laatste aankondiging zich niemand bij

deurwaardersexploit tegen de afgifte heeft verzet, kan het opslagbewijs door het

opslagbedrijf nietig worden verklaard en afgifte van zaken of van een duplicaat-

opslagbewijs aan de verzoeker plaats vinden. Voor de vaststelling van de aard en

hoeveelheid der uit te leveren, resp. in het duplicaat-opslagbewijs te vermelden,

zaken geldt uitsluitend de desbetreffende administratie van het opslagbedrijf als

maatstaf. Van de nietigverklaring kan onmiddellijk daarna in de bovenbedoelde

bladen kennis worden gegeven. Door deze nietigverklaring heeft het oorspronkelijke

opslagbewijs haar waarde verloren en zijn alle verplichtingen voor het opslagbedrijf

voortvloeiende uit het oorspronkelijke opslagbewijs tenietgegaan.

 

47.4  Bij verzet door een derde wordt het verzoek niet ingewilligd, zolang niet uit een

rechterlijke gewijsde of andere definitief beslissende uitspraak of schikking is

gebleken, dat verzoeker rechthebbende is op de zaken.

 

47.5  Degene, die de afgifte van de zaken, vermeld in een duplicaat-opslagbewijs,

verkregen heeft, blijft garant voor alle aanspraken, welke eventueel ten laste van het

opslagbedrijf uit deze afgifte zouden kunnen voortvloeien. Het opslagbedrijf kan

terzake zekerheid verlangen.

 

47.6  Alle kosten in de ruimste zin, welke voor het opslagbedrijf ontstaan tengevolge van

het verzoek, komen ten laste van de verzoeker. Het opslagbedrijf is gerechtigd

voorschot te verlangen alvorens het verzoek in behandeling te nemen.

 

 

 Artikel 48

 

  Einde van de geldigheidsduur van het opslagbewijs                  

 

48.1  Indien na afloop van de geldigheidsduur van het opslagbewijs, het opslagbedrijf de

zaken niet langer in bewaring wenst te houden sommeert het de laatste aan het

opslagbedrijf bekende houder van het opslagbewijs om de zaken terug te nemen.

 

48.2  Indien deze niet binnen 14 dagen aan de sommatie voldoet of, zo hij niet meer in het

bezit van het vervallen opslagbewijs is, door hem niet binnen 14 dagen de houder

van het vervallen opslagbewijs wordt aangewezen en evenmin de houder van het

vervallen opslagbewijs zich binnen die termijn heeft aangemeld, is het opslagbedrijf

gerechtigd de zaken waarop het vervallen opslagbewijs betrekking heeft te

verkopen.

 

48.3  Alvorens daartoe over te gaan maakt het opslagbedrijf zijn voornemen tot verkoop

van zaken waarvoor een vervallen opslagbewijs in omloop is bekend door twee

aankondigingen met tussenruimte van minstens 14 dagen te plaatsen telkens in ten

minste twee dagbladen, waarvan ten minste één verschijnt in de plaats waar het

opslagbedrijf gevestigd is, waarin alsnog de houder van het vervallen opslagbewijs

gemaand wordt zijn verplichtingen na te komen, resp. de eventuele verkrijgers van

het vervallen opslagbewijs gewaarschuwd worden.

  

48.4  Wanneer 14 dagen na de laatste aankondiging de houder van het opslagbewijs zich

niet heeft gemeld, resp. indien hij zich wel heeft gemeld en geen overeenstemming

is bereikt over de terugneming der zaken, heeft het opslagbedrijf vrijheid de zaken

onmiddellijk te verkopen.

 

 De verkoop geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 29.

 

 

 Artikel 49

 

 Aanvang vervaltermijn  

 

De verjarings- en vervaltermijn als bedoeld in artikel 30 begint in geval van algemeen verlies

met afloop van de dag, waarop het opslagbedrijf de laatste aan het opslagbedrijf bekende

houder van het opslagbewijs het verlies mededeelt of, indien deze niet meer in het bezit van

het opslagbewijs is en zich geen volgende houder van het opslagbewijs bij het opslagbedrijf

heeft gemeld een week na de aankondiging van het verlies in twee dagbladen, waarvan

tenminste één verschijnende in de plaats waar het opslagbedrijf gevestigd is.

 

 

 Artikel 50

 

  Toepasselijkheid van de bepalingen van dit hoofdstuk                 

 

50.1  De bepalingen van dit hoofdstuk gelden uitsluitend voor de rechtsverhouding tussen

het opslagbedrijf en de houder van het opslagbewijs als zodanig.

 

50.2  Op het moment, dat de houder van het opslagbewijs, om welke reden dan ook, het

opslagbewijs bij het opslagbedrijf inlevert houden de bepalingen van dit hoofdstuk op

van toepassing te zijn. Van dat moment af gelden de bepalingen van hoofdstuk I,

regelende de rechtsverhouding tussen het opslagbedrijf en de opdrachtgever, met

dien verstande, dat het opslagbedrijf alle rechten geldend kan maken die uit het

opslagbewijs blijken.

 

FENEX, Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek

Seattleweg 7, Gebouw 3, Havennummer 2801, 3195 ND Pernis-Rt

Postbus 54200, 3008 JE Rotterdam

 

Home
Home
Nederlandse Opslagvoorwaarden.pdf